Ik werk aan een brander die een mengeling maakt van zuurstof en gas. Zo een brander kan vrij hoge temperaturen bereiken, hetgeen nodig is om het glas te laten smelten.

 

De mandrel wordt voorverwarmd omdat het glas er anders niet aan kan blijven kleven. De glasstaaf wordt langzaam opgewarmd en wanneer het glas goed zacht en stroperig  is kan het werk beginnen.

Het glas is nu zo zacht dat het rond de mandrel gewikkeld kan worden. Ik begin met een ‘footprint’, dit is een eerste wikkeling die bepaalt hoe breed de kraal wordt.Het meer wikkelingen ik naast elkaar zet hoe breder de kraal zal worden.  Dan wikkel ik verder glas rond de footprint, voldoende om een mooi ronde kraal te krijgen.

 

 

Bij het werken aan een brander is het heel belangrijk jezelf goed te beschermen. Om je ogen te beschermen draag je een veiligheidsbril met didymiumglazen. Deze glazen zijn nodig om te voorkomen dat je je ogen onherroepelijk beschadigt. Een voordeel van zo lenzen is ook dat je in de vlam kan kijken zonder last te hebben van de sodaflare – een gele gloed die het zicht belemmert.

De foto’s hier zijn trouwens ook gemaakt met een didymiumlens, anders zou je niet zien wat er in de vlam gebeurt.

Als er voldoende glas rond de mandrel is gedraaid is het de kunst de massa mooi rond te draaien. Zwaartekracht en het evenwichtig draaien met de mandrel – in een precieze horizontale positie – zorgen ervoor dat de massa zich keurig vormt.

 

 

Als de vorm goed is wordt de mandrel achteraan in de vlam tot een lagere temperatuur gebracht zodat hij niet uit vorm geraakt.
De kraal wordt aan de buitenkant zo stevig dat er bijvoorbeeld motieven op aangebracht kunnen worden.

 

 

Ik maak een glasstaaf in een andere kleur warm en zet stippen op mijn kraal.

 

Ik werk mooi rondom om de stippen gelijkmatig te verdelen.

 

Als alle stippen zijn aangebracht, moeten deze mooi insmelten.
De kunst bestaat erin de stippen zodanig in te smelten dat de kraal niet zijn vorm verliest. Het is alleen de bedoeling dat de nieuwe kleur volledig wordt opgenomen en dat het oppervlak mooi glad is.

 

Als de gekleurde stippen ingesmolten zijn, breng ik er nog een laag transparant glas over aan. Dat geeft een mooi diepte-effect bij deze kralen. 

 

Ook dit glas moet mooi insmelten. Als dat allemaal gebeurd is, laat ik de kraal weer tot een lagere temperatuur komen in de punt van de vlam. De kraal heeft binnenin een veel hogere temperatuur dan aan de buitenkant. Het is de bedoeling dat het temperatuurverschil tussen binnen- en buitenkant niet te groot is, anders springt de kraal kapot door de stress die er ontstaat.

 

Dit is mijn oven. Hij wordt computergestuurd om glaskralen in een temperatuur van 510°C te weken en dan langzaam af te koelen. Na een nachtje weken en op kamertemperatuur komen, kunnen de kralen uit de oven gehaald worden. Het annealen - zoals dit proces heet - zorgt ervoor dat de kralen een zeer lange levensduur hebben.